Portretten van Jezus (18 en 25 januari + 1 februari 2026)
De toekomst van het christendom staat of valt met de vraag of mensen van het derde millennium zich nog kunnen verbinden met de Jezusfiguur.
Op de laatste bladzijden van zijn magistrale werk ‘In de handen van mensen. 2000 jaar Christus in kunst en cultuur’, lijkt het antwoord van Peter Schmidt weifelend. Welk Christusbeeld laat zich nog inpassen in een geseculariseerde en geglobaliseerde cultuur? Zoeken mensen de antwoorden op hun levensvragen niet veeleer in menswetenschappen zoals de psychologie of in de wereld van de (populaire) kunst en cultuur? Heeft de lange tocht van de mensheid naar meer eenheid en humaniteit de uitdrukkelijke verwijzing naar Jezus Christus voor altijd nodig?
Toch – zo meent Schmidt – ligt de moeilijkheid niet zozeer in de boodschap van Jezus van Nazareth zelf. De waarachtigheid en de consequente liefde die van Jezus uitgaan, blijft velen aanspreken. De vraag ‘Wie is die man?’ is actueler dan ooit. Enkel de nooit op voorhand vastgelegde tocht naar vrijheid zal ons leren, hoe Jezus Christus morgen het gelaat van God voor de mensen kan zijn. Enkel wanneer de altijd weer te ontdekken liefde nieuwe wijn uit nieuwe zakken weet te schenken, zal het verhaal van Jezus als geloofwaardig goed nieuws blijven klinken. Het goede nieuws dat luidt: je bent aanvaard, onvoorwaardelijk.
Tijdens de eerste viering (18 januari) schilderen we de basiskleuren van het Jezusportret, tevens de wijze waarop hij nog altijd tot op zekere hoogte in het collectieve geheugen is bewaard: de man van woorden (toespraken, parabels), daden (wonderen) en van het kruis (de lijdende dienaar).
In de tweede viering (25 januari) staan we stil bij de vier evangelisten, die elk met hun eigen verftoetsen voor ons een meervoudig portret van Jezus schetsen.
In een laatste viering (1 februari) mogen wij, geïnspireerd door het lied ‘Namen voor Jezus’, ons eigen portret van de man uit Nazareth schilderen en aan elkaar voorstellen: wie zeg jij dat ik ben (voor jou)?