
In verwarde tijden van spiritueel zoeken, loslaten en vinden mogen er ‘tenten van samenkomst’ zijn waar men zich waagt aan het experiment. Een plek vinden waar we als mens een levend antwoord vinden op fatalisme en cynisme is immers van levensbelang.
Liturgie wordt door Huub Oosterhuis omschreven “als een dienst aan mensen die proberen te geloven, die ‘middenin de wereldcivilisatie’ willen proberen het verdriet en de vreugde van hun menselijkheid en de dimensie van hun onderlinge verbondenheid te herkennen in de woorden van Israël, en die zich oriënteren op wat daar aan levenservaring en godsvermoeden gegroeid en bewaard is.” [Huub Oosterhuis, Van U is de toekomst. Kome wat komt, 1996]
Wij staan voor een liturgie-experiment dat ‘modern’ wil zijn, omdat het een geseculariseerd denken consequent wil doordenken in alle aspecten van die liturgie. Het recent verschenen boek van Roger Lenaers ‘Al is er geen God-in-den-hoge, een vervolg op de Droom van Nebukadnezar’ (2009), kan daarbij tellen als uitdaging.
Een kleine groep mensen die samenkomt om ‘ongevaarlijke liedjes’ te zingen.
Wat betekent dit in het wereldgebeuren?
Het vertrouwen dat
het samen beluisteren van het Verhaal,
het samen vieren van de maaltijd,
het samen zingen
op de zin van de geschiedenis weegt, en dus op de zin van je leven, zal je naar hier, wekelijks of met ruime tussenpozen, naargelang je draagkracht, brengen.
Omdat je het niet laten kunt te trillen op de onzichtbare tonen van zijn Roepstem, zijn opvordering.
Huub Oosterhuis schrijft: "Zolang de dienst duurt, zijn wij deze wereld en elkaar”.
Ik ga ervan uit, nee, ik stel voor: dat wij die deelnemen aan deze liturgie met haar rituelen van zingen en luisteren, geld geven, brood delen en drinken uit de beker, bereid zijn ons in te denken en geestelijk te oefenen in ‘elkaar-en-deze-wereld’ zijn. In een houding van hart en ziel, een levenswijze die open is naar alles en iedereen, in beginsel en principieel, hoe praktisch ontoereikend wij ook zijn.
Het zal betekenen dat je ervan horen wil, van deze wereld. Dat je weten wil, hoe je toekomst gepland wordt in het brein van de goden; dat je toch verantwoordelijk wilt zijn, naar vermogen, verantwoordelijk voor alles waar je iets aan kunt doen. Aan eenzame mensen vlak in je buurt kun je iets doen, niet alles, wel iets. Wat ? Dat je je die vraag stelt, is het begin van een levenshouding die geen algemene gelding heeft en in alle redelijkheid naïef te noemen is.
Openheid naar alles en iedereen, ontvankelijkheid die kwetsbaar maakt en vaak rusteloos - ik weet geen andere manier, waarop wij de machteloze macht van de liefde kunnen versterken die, volgens het Boek der openbaring en heel de schrift van Mozes en Jezus,de sterkste, de drijvende kracht is van onze wereldgeschiedenis? Zo moge het zijn.
onze voorganger tijdens de schriftuitleg bij onze eerste, ‘experimentele’ viering op 9 mei 2004 rond de het Boek van de Apokalyps.